Buitengewone omstandigheden

Bij buitengewone omstandigheden vervalt het recht op compensatie. Maatschappijen beroepen zich daar vaak op, ook als het niet terecht is. Hier staat waar de grens ligt.

Wat wel telt

Zwaar weer waardoor vliegen onveilig is. Een staking van de luchtverkeersleiding of van het luchthavenpersoneel. Politieke onrust of een veiligheidsdreiging.

Een vogelaanvaring telt ook, net als een verborgen fabrieksfout die de fabrikant pas later bekendmaakt.

In al deze gevallen moet de maatschappij nog steeds zorgen voor eten, drinken en zo nodig een hotel. Dat recht vervalt nooit.

Wat niet telt

Een technisch mankement aan het toestel valt er doorgaans niet onder. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat storingen die horen bij het normale uitoefenen van het vliegbedrijf geen overmacht zijn.

Een staking van het eigen personeel telt evenmin. Dat hoort tot de normale bedrijfsvoering van de maatschappij, ook als zij zelf iets anders beweert.

Krapte in de planning, een toestel dat te laat uit een vorige vlucht terugkomt, of een bemanning die haar uren heeft volgemaakt: allemaal geen overmacht.

De bewijslast ligt bij hen

De maatschappij moet twee dingen aantonen. Eerst dat de omstandigheid werkelijk buitengewoon was. En daarna dat zij er alles aan heeft gedaan om de vertraging te voorkomen.

Dat tweede deel wordt vaak vergeten. Zelfs bij echt slecht weer kan de maatschappij aansprakelijk zijn als zij u op een latere vlucht had kunnen omboeken en dat niet deed.

Een korte brief met de woorden operationele redenen is geen bewijs. Daar laten de meeste passagiers het bij, en daar winnen wij de meeste zaken.

Hoe wij dat toetsen

Wijst de maatschappij af, dan vragen wij om onderbouwing. Komt die niet, of houdt zij geen stand tegen de rechtspraak, dan maken wij bezwaar.

Houdt zij wel stand, dan zeggen wij dat tegen u. Wij gaan geen procedure in die wij niet kunnen winnen, en wij houden u niet maandenlang aan het lijntje.